Column Column
Column: superheld in dinosaurusshirt
Twee bekertjes met warme lappen tegen zijn oren en nog drie uur te gaan. Ik zit op m'n hurken naast een huilend jongetje, tot mijn collega roept en ik terug moet naar de galley. Over een knuffel na landing van een superheld in een dinosaurusshirt. Two cups with warm cloths against his ears and three more hours to go. I crouch next to a crying boy until my colleague calls and I have to get back to the galley. About a hug after landing from a superhero in a dinosaur shirt.
Hij huilt. Stil. Z’n schouders gaan op en neer. Een snotneus. Z’n wimpers zitten aan elkaar geplakt van de tranen.
Ergens tussen twee talen
Zijn moeder mompelt iets verontschuldigend in een taal die ik niet ken. Ik schud mijn hoofd en glimlach terug, geen probleem, dit hoort erbij. Ik heb geen idee waar ze vandaan komen of waar ze naartoe gaan, alleen dat dit jongetje al uren pijn heeft en de cabine krap en warm aanvoelt na zo lang zitten.
Twee bekertjes met warme lappen
Ik zit op m’n hurken naast hem. Twee bekertjes met warme lappen tegen zijn oren. Nog drie uur te gaan. Ik fluister dat het straks wel wat beter gaat. Hij knikt. Ook al spreken we elkaars taal niet.
Langzaam voel ik zijn hoofd zwaarder worden. Zijn wang zakt in mijn hand weg. Heel even houd ik dat moment vast.
Even schakelen
En precies dan roept mijn collega. Even schakelen. Ik kijk zijn moeder aan. Zij neemt de bekertjes over. Ik sta op. Terug naar de galley. Trolleys, maaltijden, hoe laat gaan we er voor de service in?
Een volle cabine die niets weet van dat kleine mannetje met pijn. Ik kijk nog even vanuit de galley. De slaap heeft het van hem overgenomen.
Een volle cabine die niets weet van dat kleine mannetje met pijn.
Een brok wegslikken
En dan, na de landing, staat hij daar. Grote bruine ogen, waterige lach. Hij loopt op me af en slaat z’n armpjes om me heen. Ik slik een brok weg. “Gaat het weer een beetje, grote vriend?”
Dit zijn de momenten die het werken met mensen bijzonder maken. Niet de lijst met veiligheidsprocedures die ik uit mijn hoofd kan opdreunen, niet de service die op de minuut moet kloppen, maar dit: een kind dat even zijn pijn bij je neerlegt en erop vertrouwt dat je het opvangt.
Wat ik meeneem
Terwijl ik de galley opruim, denk ik nog even terug aan die drie uur. Aan hoe klein zijn hand voelde tegen de mijne en hoe stil hij werd op het moment dat de pijn wegtrok. Ik zie hem en zijn moeder samen naar de uitgang lopen, zijn dinosaurusshirt net iets te groot voor zijn schouders.
Ik weet zijn naam niet meer, dat vergeet ik altijd te vragen als het erop aankomt. Volgende week zit ik in een ander vliegtuig, met andere gezichten en andere verhalen. Maar dit moment blijft ergens hangen, tussen alle andere momenten die zich opstapelen na jaren van dit werk.
Koffie, chaos. En af en toe een knuffel. Van een superheld in een dinosaurusshirt.
He is crying. Quietly. His shoulders move up and down. A runny nose. His eyelashes are stuck together with tears.
Somewhere between two languages
His mother mumbles something apologetic in a language I do not know. I shake my head and smile back, no problem, this is part of the job. I have no idea where they are from or where they are going, only that this little boy has been in pain for hours and the cabin feels cramped and warm after sitting this long.
Two cups with warm cloths
I crouch down next to him. Two cups with warm cloths against his ears. Three more hours to go. I whisper that it will get a bit better soon. He nods. Even though we do not speak each other’s language.
Slowly I feel his head grow heavier. His cheek sinks into my hand. For a moment I hold onto that.
Switching gears
And right then my colleague calls me. Time to switch gears. I look at his mother. She takes over the cups. I stand up. Back to the galley. Trolleys, meals, what time are we starting service?
A full cabin that knows nothing about that small boy in pain. I glance back from the galley one more time. Sleep has taken over for him.
A full cabin that knows nothing about that small boy in pain.
Swallowing a lump in my throat
And then, after landing, there he stands. Big brown eyes, a watery smile. He walks up to me and wraps his little arms around me. I swallow a lump in my throat. “Feeling a bit better, big guy?”
These are the moments that make working with people special. Not the list of safety procedures I can recite by heart, not the service that has to run on the minute, but this, a child setting down his pain with you for a moment and trusting you to catch it.
What I carry with me
While I clear out the galley, I think back to those three hours. To how small his hand felt against mine and how quiet he became the moment the pain faded. I watch him and his mother walk to the exit together, his dinosaur shirt just a little too big for his shoulders.
I do not remember his name anymore, I always forget to ask in the moment. Next week I will be on another plane, with different faces and different stories. But this moment stays somewhere, among all the other moments that pile up after years of this work.
Coffee, chaos. And every now and then a hug. From a superhero in a dinosaur shirt.
Meer crewlife
Over Elle
Elle Verbeek is reisjournalist en purser bij KLM. Ze schrijft columns en reisverhalen, deels voor eigen platform, deels voor Nederlandse magazines. Op Ellevie Travels deelt ze reisreportages van de bestemmingen waar ze naartoe vliegt of waar ze zelf naartoe reist.
More crew life
About Elle
Elle Verbeek is a travel journalist and KLM purser. She writes columns and travel stories, partly for her own platform, partly for Dutch magazines. On Ellevie Travels she shares reportage from the destinations she flies to or travels to on her own.