๐ฌ๐ฏ.๐ฌ๐ฌ ๐๐๐ฟ. ๐๐ผ๐๐ฒ๐น๐ธ๐ฎ๐บ๐ฒ๐ฟ. ๐๐ป๐ฑ๐ฒ๐ฟ๐ฒ ๐ธ๐ฎ๐ป๐ ๐๐ฎ๐ป ๐ฑ๐ฒ ๐๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐น๐ฑ.
Ik ben doodop, maar klaarwakker.
Deken erop, deken eraf. Trui aan, trui uit. Draaien. Zuchten. Ik staar naar het plafond.
Misschien een mueslibol met pindakaas? Ja, dat is blijkbaar waar we nu zijn.
Slapen lukt niet. En over vier uur gaat de wekker.
Top.
Bij het ontbijt is de eerste vraag altijd:
โHoe heb jij geslapen?โ
Antwoord van de dag: โmwoaโ.
Dan maar in het uurtje crewrest tijdens de nachtvlucht. Helemaal knock-out. Je wordt wakker, maag in de knoop en danโฆ de geur van warme eieren uit de oven. Beng.
Collegaโs zetten thee voor je klaar. Soms zelfs met munt of gember. Van de supermarkt op de hoek.
Dat is liefde in een beker
En ja, dat zijn de dingen die het doen.
Mensen zeggen weleens: โJe went eraan.โ
Niet dus. Jetlag bouwt op.
En hoe ouder je wordt, hoe harder het aankomt.
Je hoofd loopt drie vluchten achter en je lijf protesteert.
Maar goed, je gaat door.
โJij bent toch altijd op vakantie?โ
Sure.
Maar als ik thuiskom wil ik:
Niet praten.
Niet douchen.
Gewoon slapen.
En toch zou ik het niet willen missen.
De vrijheid.
De band met collegaโs.
Het contact met mensen, echt contact.
Ik denk vaak aan anderen, die dit ritme kennen.
Zorgpersoneel, artsen, politie en brandweer.
Onze nachtwakers, mensen die draaien terwijl de rest slaapt.
Leven in een ritme dat niemand ziet.



