De koffie loopt, sportiever wordt het vandaag niet
‘Ga jij nog slapen?’, vraagt mijn collega terwijl ik mijn iPad in mijn tas schuif.
De laatste passagiers zijn van boord gestommeld en ik voel hoe de nacht in mijn hoofd is gekropen. Ja, ga ik nog slapen? In gedachten sta ik al thuis.
Ik ga mijn lijstje af: sleutels, paspoort, mijn trui die nog in het kastje hangt, ovenhandschoenen. Alles bij me.
‘En jij?’, vraag ik. ‘Zijn de kinderen meteen bij je?’
De oudste heeft een speelafspraak, zegt ze; de jongste kan nog wel een uurtje naar bed. Dan kruip ik er zelf ook in. Jarenlang heb ik zo mijn slaap na een nachtvlucht ingehaald: hier een uurtje, daar een uurtje.
De ellende begint eigenlijk pas als je terugkomt. Je bent brak en je wil alles inhalen wat je gemist hebt: de kinderen van school halen, koffie met vriendinnen. Tegelijk wil je niets liever dan in je bed verdwijnen en de eerste dagen niet meer naar buiten komen. Het voelt alsof iemand een stuk tijd tussen de vluchten heeft uitgeknipt en je nu in fastforward alles moet goedmaken.
Op stop lijkt het leven bijna filmisch. Je slentert door New York, ontdekt een koffietentje in Soho waar je nog niet eerder bent geweest. Aan het raam zie je het drukke leven voorbijrennen. Zakenmensen en joggers in leggings; iedereen is onderweg naar iets. Jij zit op pauze, lepelt in je pumpkin spice latte en kijkt hoe de slagroom langzaam oplost tot een dunne, witte sluier op je koffie.
Tot je thuiskomt en de vraag begint: wat is nu verstandig? Ga ik meteen slapen, met het risico dat ik wakker word alsof er een tractor over me heen is gereden en ik vannacht weer klaarwakker lig? Of trek ik door tot vanavond, ergens rond acht, negen uur, en stort ik dan in één keer neer? En wat als ik dan zó moe ben dat slapen juist niet meer lukt?
Vroeger schudde ik even met mijn hoofd en ging het wel weer. Nu draait alles om schade beperken: een beetje gezond eten, genoeg water, niet te veel koffie (met slagroom) en vooral hopen dat je lijf nog met je meewerkt. Want mail, appjes en boodschappen kun je inhalen, maar slaap blijft altijd schipperen.
Thuis trek ik mijn koffer de gang in, trap mijn schoenen uit en loop naar de slaapkamer. Ik sla het dekbed open, trek de elektrische deken eruit en druk op het knopje. Even later zak ik weg in mijn warme bed.



