Vrouwen op 10.000 meter hoogte
In 1930 staat ze op mijn scherm: ergens tussen Oakland en Chicago, in een korrelig zwart‑witbeeld. Ellen Church, een verpleegkundige met vliegambities. Ze mag niet in de cockpit zitten. Dus kiest ze een andere weg omhoog. Als eerste stewardess ter wereld opent Ellen Church de deur voor alle vrouwelijke cabin crew na haar, ook voor de vrouwen die nu in KLM-uniform door onze cabine lopen.
Terwijl ik verder klik, schuiven nog meer gezichten voorbij. Stewardessen, vrouwen die als eersten zonder mannelijke begeleiding de wereld rondreizen en hun carrière boven een vroeg huwelijk kiezen. Ik hoor mijn schoonvader nog over de hofmeesters van vroeger en over de paar stewardessen met wie hij vloog, vrouwen die moesten stoppen zodra ze gingen trouwen.
Sinds Ellen Church is de cabine gevuld met vrouwen. In mijn hoofd schuift dat universum een deur verder, naar de cockpit. Daar zit een vrouwelijke captain op een repatriëringsvlucht uit Oman. Op de kaart kleuren routes rood en verschuiven lijnen.
Nu lees ik dat zij die speciale vlucht vliegt en ik glimlach naar mijn scherm. Ik stel me voor hoe zij, net als Ellen toen, gewoon haar lijstje afgaat: brandstof, route, crew, op de grond even op de familie‑app. Net als een paar weken geleden toen ik met haar naar New York vloog. En toch zit ze daar, midden in de nacht, met de verantwoordelijkheid om iedereen veilig thuis te brengen.
Ik blader nog even door de verhalen; het zijn er veel, zeker op een dag als Wereldvrouwendag. Thuis staat mijn mok halfvol naast de laptop. Mijn schouders protesteren, het licht van het scherm trekt een vage weerspiegeling in het raam.
Het wordt een ode aan de vrouwelijke pioniers tussen 10.000 meter en het wolkendek en aan alle vrouwen die het elke dag mogelijk maken dat wij ons werk op deze hoogte kunnen doen. Van planning en coördinatie van onze vluchten tot schoonmaakmedewerksters, catering en grondstewardessen, trainers en technici.
Ik lees de laatste zin nog eens, neem een slok lauwe koffie en druk op ‘opslaan’.



