"Ben jij thuis of moet je vliegen?"
Het is kerstavond en ik hoef nergens heen. Ik zit met mijn benen opgetrokken op de bank, een rode fleecedeken met kerstmotief over me heen en een lege tafel voor me.
In de luchtvaart zijn de feestdagen overzichtelijk geregeld: het ene jaar werk je, het volgende ben je vrij. Wat onvoorspelbaar blijft, is de uitkomst van de feestdagenloterij: waar je bent en met wie je Kerst viert.
De rode lippenstift en het blauwe pak heb ik dit jaar ingeruild voor een oversized joggingbroek en een veel te grote trui. Ergens rijdt een tiener op een scooter met afhaalbakjes in zijn bezorgbox.
Op Instagram verschijnt het klassieke beeld: een klein meisje, een man in uniform, de woorden eronder: mijn papa is niet thuis om anderen naar huis te brengen. Ik herken het format en swipe verder.
Die loterij heeft me bijzondere momenten gegeven. Kerstbrunches in Kaapstad, dansend in een congalijn met hotelstaff. Oud‑en‑nieuwvluchten waar we achter in de galley, onder een meegebrachte discobal, ABBA’s Happy New Year playbackten; terwijl de cabine sliep.
En dan zijn er de andere avonden. Een kale hotellobby’s met TL‑licht, iedereen in jeans en ik in mijn glitterjurk. We zaten tegenover elkaar op een rechte bank met glas water in de hand. Het leek meer op een wachtruimte dan op Kerst.
“Ben jij thuis met de feestdagen of moet je vliegen?” is de standaardvraag vanaf begin december. Wie met de echte Kerstdagen weg is, schuift Kerst thuis gewoon op. De 19e. De 27ste. Ergens staat er wel een kerststol klaar.
Als de bel gaat, schuif ik mijn dekentje opzij en loop naar de deur. Santa op twee wielen, een witte papieren tas in zijn hand en rode wangen. Ik geef hem fooi en hij glimlacht kort, draait zich om en verdwijnt de regen in.
Dit jaar vliegt J. Ik zit met mijn dochter op de bank met sushi. We trekken de rode fleece deken weer omhoog. Buiten spurt de scooter weg. Binnen drukken we op play.



