"𝗜𝗸 𝘃𝗶𝗻𝗱 𝗵𝗲𝘁 𝘁𝗼𝗰𝗵 𝗶𝗲𝘁𝘀 𝗺𝗶𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗰𝗵𝗮𝗿𝗺𝗮𝗻𝘁, 𝗱𝗶𝗲 𝗴𝘆𝗺𝗽𝗲𝗻," 𝘇𝗲𝗴𝘁 𝗶𝗲𝗺𝗮𝗻𝗱 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝗴𝗮𝗹𝗹𝗲𝘆.
Wenkbrauw omhoog.
Zo’n opmerking die nét vriendelijk genoeg klinkt om je eraan te laten twijfelen.
Alsof stijl en comfort elkaar vanzelfsprekend uitsluiten.
Je ziet ze nog weleens: de hakken.
Strak onder het uniform, met net dat beetje glans.
Ze bewegen beheerst van de parkeerplaats naar de gate (altijd die laatste).
En dan moet het echte werk nog beginnen.
Twaalfduizend stappen.
De glimlach strak, de zool dun.
Op hakken sta je net iets verder van jezelf af. Precies de bedoeling. Hoe hoger, hoe beter.
Ze geven je lengte, houding, autoriteit. En een ingegroeide teennagel.
Maar goed. Je voelt je onoverwinnelijk. Posh Spice in blauw.
Wat niemand ziet: dat moment in het hotel, na je vlucht.
De liftdeuren die dichtschuiven.
Hakken in de hand. Voeten op pantykousen.
De laatste meters schuifel je naar kamer 1022.
Wat nou elegant?
En dan is-ie daar: de gymp.
Hij doet z’n werk.
Je haalt voor de tiende keer een extra koffie voor stoel 18A zonder je rug te vervloeken.
En niemand kijkt op of om.
Behalve die ene persoon met heimwee naar het uniform van 1997.
Misschien is stijl tegenwoordig gewoon: werken zonder paracetamol in je handbagage.
Over tien jaar lachen we hierom.
Weet je nog, toen gympen ‘nieuw’ waren?
Tegen die tijd dragen we Birkenstocks met stalen neuzen.
Of kantoorcrocs op Schiphol.
En ergens, in een hoek van het bemanningencentrum, klinkt het nog een keer:
“Ik vind het toch iets minder charmant.”
En jij? Jij haalt je schouders op.
Stijl zit niet in je hak.
Maar in hoe je mensen tegemoet treedt.



